Willy Polders, onze man in Venezuela

Nog tot 1 september is Willy Polders met vakantie in zijn geboortedorp Spalbeek. Daarna stapt hij terug in het vliegtuig naar “zijn” Venezuela. Terug naar San Felix waar hij sinds een paar jaar werkzaam is. Met de auto is dat negen uur rijden van de hoofdstad Caracas, met een bus zoals de gewone inwoners doen, ruim een dagreis. Op voorwaarde dat ze het buskaartje kunnen betalen.

“Want het land gaat steeds verder achteruit”, vertelt Willy. “Het is nog erger dan een jaar geleden. Vroeger kon de bevolking, zeker wie gestudeerd had, nog een redelijk leven leiden. Een woning op afbetaling, nieuwe schoenen of klederen kopen, het zit er voor de gewone mensen niet meer in.” Wie iets gekocht heeft, wordt nagekeken op straat en aangesproken door voorbijgangers: “Wat heeft het gekost?” “Waar heb je dat gevonden?” De schaarste is enorm. Het land beschikt niet meer over die geldstromen van vroeger.

Het nieuwe levensschema waaronder de mensen leven is “eten”. Als je vijf euro op een maand verdient en een kilo vlees kost één tot twee euro, dan is de rekening snel gemaakt. Dus beperken de mensen zich tot het allerlaagste en kopen voor die euro een zak maniok van 10 kilo. Van evenwichtig samengestelde maaltijden kunnen de mensen in Venezuela alleen maar dromen. En dan heb je nog geen geld uitgegeven aan de bus, net om naar het werk te gaan. Een busticket van 1000 bolivar (bijna één euro), het spreekt snel tot de verbeelding!

Een lap grond voor dagelijkse kost, een tuin met groenten, rijst of maniok, zou kunnen helpen om eten op tafel te krijgen. Toch is dit meestal een illusie omdat er zoveel gestolen wordt, het is werken voor de dieven. De overheid steunt de bevolking met voedselpakketten, maandelijks per familie een doos van ongeveer tien kilo met enkele basisproducten die ze aan een spotprijs aanbieden. Een goed initiatief dat dikwijls in gebreke blijft omwille van de corruptie op alle gebied.

Ondertussen zijn er al meer dan 3 miljoen Venezolanen uitgeweken. Langs de ene zijde een zegen voor de achtergebleven families, die dan vanuit het buitenland geld toegestuurd krijgen. Van de andere kant vertrekken dikwijls juist diegene die Venezuela nodig heeft: geneesheren, ingenieurs, leraren enz. Het is een grote aderlating voor het land. Het zijn dus net de mensen die het land kunnen rechthouden, die vertrokken zijn. “In onze parochiescholen in Caracas vertrokken vorig schooljaar ruim een derde van de leerkrachten,” zegt Willy. Hetzelfde kan men zeggen van de hospitalen die hun personeel zien vertrekken. De sociale dienstverlening, de zorg en het onderwijs gaan zo achteruit.

Wat betekent dan parochie houden in deze moeilijke tijden? “Het is vooral de zekere sociale structuur die belangrijk is,” vertelt Willy, “de mensen hebben behoeften aan ergens thuis te komen, waar gemeenschapsvorming erg belangrijk is. Iedereen heeft iedereen nodig, elkaar helpen staat voorop om stand te houden.” In vergelijking met onze regio, is de parochie met 60.000 inwoners van Willy zeer groot. Met twee – hijzelf en een Salvatoriaan uit Venezuela – dragen ze zorg voor 6 kapellen die ze wekelijks en als het nodig is, dagelijks bedienen. Er is een parochiale hulpploeg die instaat voor de ziekenzorg. Eén van hun taken is de zoektocht naar de moeilijk verkrijgbare geneesmiddelen.

Tussen de mensen staan, met hen meeleven is één van de belangrijke aspecten van het werk van Willy. Mensen bezoeken en luisteren, diensten verzorgen, catechese geven, allemaal elementen met één enkele boodschap: de liefde van God vorm te geven. “Het leven gaat door,” vertelt Willy, “we mogen niet toegeven aan de chaos. Zo doet de parochie het werk van een sociale dienst. Dagelijks hebben we teken-, dans-, theater- en muzieklessen. We proberen het dagdagelijks doen en laten in stand te houden, opdat de mensen de moed niet zouden laten zakken.” In de mis praat Willy niet over politiek en dat is bewust, hoewel hij zeker een uitgesproken mening heeft. Maar mensen hebben volgens Willy net nood aan een haven waar de politiek en bijhorende problematiek ver weg is. Zijn parochianen zijn hem er dankbaar voor. Een lokale bisschop drukte het in een Venezolaans heiligdom nog pakkender uit: “Dat deze nachtmerrie snel mag ophouden”.

Kris Pattyn